We gaan geen 30% sociale huurwoningen bouwen maar 10%, want daarmee worden de wachtlijsten korter!

We zorgen dat de scheefwoners er uitgaan, want dan komen er meer sociale huurwoningen vrij, terwijl wij weten dat er geen maatregelen zijn die scheefwoners kunnen dwingen hun sociale huurwoning te verlaten.

En ondertussen neemt het tekort aan sociale huurwoningen – met dank aan CDA/VVD en D66 – gewoon toe.

Een (schrale) troost: In de gemeenteraad heeft ONS Voorschoten met steun van GrL, SP en PvdA de compromis bereikt dat er nog steeds 30% sociale woningen gebouwd worden, maar dan 50/50 verdeeld over sociale huur en sociale koop.

 

Voor de goedkopere sociale huurwoningen zijn in de regio al jaren wachttijden van 7 jaar. Daar willen we iets aan doen.

De VVD, het CDA en D66 (samen een meerderheid in de gemeenteraad) willen de slaagkansen voor lagere inkomens en middeninkomens vergroten door aan de ene kant de zogenaamde "scheefwoners" uit de sociale huurwoningen te krijgen en anderzijds minder goedkope sociale huurwoningen te laten bouwen en meer koopwoningen voor middenklassen. 

De gedachte hierbij, is dat bewoners van goedkope sociale huurwoningen graag door willen gaan naar goedkope en gemiddeld dure koopwoningen, als die er meer zouden komen. Zo zouden er meer sociale huurwoningen vrijkomen en worden de wachtlijsten vanzelf korter.

Sociale huurwoningen kosten tot ongeveer € 800 per maand en zijn bedoeld voor mensen of gezinnen met een inkomen onder de € 39.000 per jaar. Dat is meer dan 60% van de beroepsbevolking. Scheefwoners zijn mensen die meer dan genoemde € 39.000 verdienen en in een sociale huurwoning blijven zitten. 

Wat is er mis met deze redenatie?

  1. Er is veel vraag naar goedkopere huurwoningen, terwijl er erg weinig vraag is naar de duurdere huurwoningen. Deze categorie woningen is in trek bij ex-pats en mensen die tijdelijk woonruimte nodig hebben en geen hypotheek kunnen krijgen.
  2. Er worden regelmatig huizen gebouwd in de goedkopere koopsector. Er zijn geen aanwijzingen dat deze voornamelijk gekocht worden door mensen die een sociale huurwoning achterlaten.
  3. Het aanpakken van scheefwonen klinkt stoer, maar er zijn geen effectieve maatregelen bekend, die binnen het bereik van een gemeente liggen.

Zolang het scheefwonen niet aangepakt kan worden,en zolang de wachtlijsten voor sociale huurwoningen meerjarig zijn, wordt de slaagkans voor lagere inkomens uitsluitend vergroot door of vergroting van het aantal sociale woningen.

ONS Voorschoten gelooft in de eigen kracht van mensen, maar gelooft ook dat mensen die het op eigen kracht niet alleen redden, een steuntje in de rug verdienen. Daarom moeten er niet minder  sociale huurwoningen komen.

tsja, daar zitten dan ruim honderd raadsleden, burgemeesters en wethouders van de regio leiden in het Pesthuis bij Naturales. De hele regio? Neen, slechts vijf gemeenten, met als codenaam de G5, horen  erbij. (Leiden, Leiderdorp, Zoeterwoude, Oegstgeest en ook Voorschoten). Dat stond niet in de weg dat er vrijuit gesproken werd over het onderwijs in Wassenaar, de woningbouw in Katwijk en de bereikbaarheid van Schiphol.

De inleider begon met enerzijds te stellen dat wij grenzeloos moesten denken, maar gaf ook meteen aan dat de grens bij de vijf genoemde gemeenten lag.

Het college van de gemeente Voorschoten overweegt om het grondbedrijf van de gemeente af te schaffen.

Wat is wijsheid? Een belangrijk instrument dat gemeenten van oudsher koesterde om grondbeleid (actieve rol) te kunnen voeren is het grondbedrijf. Deze rol is met het verbeterde kostenverhaalsinstrumentarium in de Wro (2008) en de grote verliezen op grondbedrijven aan het veranderen. Maar ook de gemeente Voorschoten heeft nog meerdere percelen grond in eigendom, dus het volledig afstappen van de actieve rol en het grondbedrijf zou voorlopig een theoretische discussie moeten zijn. Bij veel gemeenten wordt nog steeds door het grondbedrijf bouwrijpe grond geproduceerd. Dat gebeurt in een productieproces waarin ruwe grond wordt gekocht. Deze ruwe grond wordt vaak voorzien van een nieuwe bestemming. De percelen worden eerst bouwrijp gemaakt en daarna functiegeschikt (woonrijp). De uitgeefbare percelen worden verkocht en de nieuw ontstane openbare ruimte wordt overgedragen aan bijvoorbeeld een vastgoedbedrijf en het onderhoud wordt gedaan door het betreffende bedrijf of gemeentelijke beheerseenheid.

Een grondbedrijf faciliteert mede de maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Het draagt bij aan het proces dat tot doel heeft het feitelijke gebruik van grond in overeenstemming met het maatschappelijk gewenste gebruik te brengen. De gemeente als publiek domein doet aan regie en kiest toepasselijke productievormen en zoekt daarbij de balans tussen het maatschappelijke en financieel optimum. 

Laten we hier nog eens goed over nadenken. Een pragmatische insteek van het college zou kunnen zijn om het instrument van het grondbedrijf voorlopig niet in te zetten. Dat is niet hetzelfde als het instrument afschaffen.

na de presentatie van Eelco Brinkman, vorige week, presenteerden twee deskundigen op het gebied van de Leidse Regio de ontwikkelingen op het terrein van de omgevingsvisie.

Wat betekent dit voor Voorschoten? Natuurlijk is Voorschoten een onderdeel van de Leidse Regio, maar ook van de Haagse Regio en van nog zo een handje vol regio's. 

Wel was de presentatie (onbedoeld?) een sterk pleidooi tegen samensmelting en voor samenwerking. "Dank zij de zelfstandige gemeenten, die hun eigen grenzen bewaken, is de Rijnlandroute onder de grond gekomen. Anders zou de regio onherroepelijk doormidden gesneden zijn" De lijn die ONS Voorschoten voorstaat. Samenwerken ja, fuseren nee. 

Naast deze opsteker nog een mooi citaat, voor aan de wand bij de tegeltjes met wijsheden: "de vergrijzing komt onze kant op".